De balie van de gemeente bij u thuis. Doe hier aanvragen en spaar een rit naar het gemeentehuis.

Toeristisch erfgoed

Schansen

Schans

 

In de zestiende eeuw werd het prinsbisdom Luik als neutrale bufferstaat regelmatig door vreemde legerbenden overspoeld. Het vorstendom was voor de strijdende partijen een geliefkoosd gebied om uit te rusten en proviand op te doen. Daardoor was er een voortdurend komen en gaan van vreemde troepen en de daarmee gepaard gaande opeisingen en plunderingen.

 

In onze Kempische dorpen, waar men niet beschikte over burchten, kasteelhoeven en stadswallen, probeerde de bevolking zich te beschermen door de aanleg van schansen. Dit waren vluchtoorden, aangelegd op laaggelegen terreinen, omgeven door een aarden wal en een brede gracht. Binnen deze schansen, die afgesloten konden worden met een ophaalbrug, vond de bevolking, wonend in schansgezellen - kleine noodwoningen - een zekere bescherming bij de doortocht van vreemde legers.

 

In Overpelt werden vijf schansen aangelegd, op de gehuchten Hoverseinde, Heesakker, 't Hasselt, Lindel en Hoeven. De meeste schansen werden na 1800 door de gemeenschap aan particulieren verkocht. De Hasseltse schans, met haar bastions en voorschans, bleef prachtig bewaard.

Veldkapelletjes

Veldjapelletjes

 

Een gemeente leer je kennen aan zijn rijkdommen. Een gemeenterijkdom zijn in Overpelt ongetwijfeld de verschillende veldkapelletjes. Veldkapelletjes werden vroeger opgericht uit dankbaarheid of als gelofte. Ze hadden bijna altijd te maken met een bijzondere gebeurtenis van een familie, wijk of buurt. Veel van de geschiedenissen van de veldkapellen hadden ook te maken met de twee wereldoorlogen.

 

Ondanks de verminderde volksdevotie worden veldkapelletjes nog altijd gewaardeerd. Vooral in de meimaand zijn heel wat kapelletjes, mede onder impuls van de buurtbewoners, kleurrijk bebloemd en versierd en worden aan vele kapelletjes nog steeds rozenhoedjes gebeden en misvieringen opgeluisterd. Veldkapelletjes zijn ook een ideaal punt om even tot rust te komen in de huidige maatschappij van stress en presteren. In het licht van de prachtige omgeving waarin onze kapelletjes staan kom je ongetwijfeld met frisse moed weer buiten, klaar om ertegenaan te gaan!

 

Naast het feit dat ze waardevol materieel en spiritueel erfgoed vormen, hebben ze vandaag ook een nieuwe bestemming gevonden als rustplaats voor fietsers en wandelaars. Ook het toeristische aspect mogen we daarbij niet uit het oog verliezen.

 

Overpelt telt niet minder dan 36 veldkapelletjes. De geschiedenis van al die kapellen werd gebundeld in het naslagwerk 'AVE! Veldkapelletjes in Overpelt'. Het Genootschap voor Geschiedenis en Volkskunde zorgde voor de research, het fotografisch werk is van Peltenaar Rob Walbers. Het boek kan je bestellen bij de dienst toerisme tegen de prijs van 5 euro.

Overpelt-Fabriek

Overpelt-Fabriek is als arbeiderswijk ontstaan op de verlaten heidegronden tussen Overpelt en Lommel na de vestiging van de zinkfabriek door de Duitse industrieel Schulte in 1888. De Duitser had eerder geen toestemming voor de vestiging van zijn bedrijf in het Ruhrgebied gekregen, omdat men daar de werkzaamheden naar toenmalige normen reeds als te vervuilend beschouwde  De wijk omvatte 70 ha van de 420 in het bezit van de maatschappij. Bijna honderd arbeiderswoningen, omgeven door tuinen en met een rechthoekig stratenplan, inbegrepen een school en een nu verdwenen hospitaal met klooster, alsook later een kerk, werden door de toenmalige Duitse industriëlen opgericht. In 1896 werkten er in totaal 196 werknemers, waarvan 173 in de loodfabriek.

 

Op 18 januari 1905 kwamen de zusters Salvatorianessen aan te Overpelt. Ze hielden zich in de nieuwe wijk vooral bezig met het onderwijs, het verzorgen van zieken en gewonden van de fabriek. Eind 1911 bedroeg het geschatte aantal arbeiders: 1200. In 1913 stonden er tien villa's voor de directie en vier huizen voor het kaderpersoneel, terwijl 171 arbeidersgezinnen in 83 huizen gevestigd waren.

 

Ook vandaag nog kan je nog steeds door de wijk wandelen en zie je heel goed het verschil tussen de arbeiders- en directeurswoningen. Naast de woningen zorgde de 'Fabriek' ook voor vrijetijd in de wijk. Ook vandaag nog maken de inwoners nog gebruik van bv. de school en de voetbalterreinen.

Panhof & Grooten Hof

Overpelt behoorde tot het graafschap Loon. Dit onafhankelijke vorstendom werd in 1366 bij het prinsbisdom Luik aangehecht, maar behield toch een zekere bestuurlijke onafhankelijkheid tot aan de Franse Revolutie. het ambt Pelt-Grevenbroek was één van de zes ambten van het graafschap.

 

Van de twaalfde tot de negentiende eeuw was Pelt kerkelijk in handen van de Norbertijnenabdij van Floreffe. Deze Waalse abdij verwierf de Dommelmolens en onder andere de Grote Hof, de Kleine Hof en de Panhof. Waar eens de Panhof stond, staat nu de Kleine Hof.

 

Contact

Openingsuren